Als de eerste lentezon staat te stralen, worden vele karpervissers uit hun winterrust gewekt. Het nieuwe visseizoen moet van start met vele nieuwe kansen in het verschiet. Helaas blijken veel de eerste sessie niet heel vruchtbaar. Het water is namelijk nog koud en de karper niet zo mobiel. Toch zijn er verschillende karpervissers die wel hun visjes mee pakken. Misschien niet zoveel als later in het jaar, maar de vissen komen wel op de kant. Maar hoe kan dit verschil zo groot zijn?

De hengelsport wordt vaak op een zelfde manier beoefend. De steunen worden de grond in gedrukt, lood naar de hemel gegooid en wat voer er op. Zo werkt het ook in de andere seizoenen, dus waarom niet in de lente? Eigenlijk is het antwoord vrij simpel. Dit werkt niet in de lente, omdat de karper simpelweg anders aast. Ook het zwemgedrag is anders dan wanneer het water warmer is. En de karpervisser moet hier op inspelen om de kans op een aanbeet te vergroten. Maar hoe speel je hierop in?

De karper eet op dit moment niet veel, maar reageert wel op voedselprikkels. Het licht aanvoeren met zeer attractief en licht is help dan om de karper naar de stek te trekken en te houden. Zware vismeelboilies bijvoorbeeld worden minder snel verteert. Als een karper er een stuk of wat heeft opgenomen dan zit hij vol en zal de stek verlaten. Een gemiste kans. Door bijvoorbeeld de boilie te verkruimelen en hier maar een enkele volle boilie op te vissen, zijn je kansen meteen een stuk beter. Ook het gebruik van bijvoorbeeld mais of maden kan helpen om de karper naar de stek te trekken en hier sneller het haakaas te doen vinden. 

Als verdere aanpassing kan je ook dunnere lijn of bijvoorbeeld fluorocarbon op je vismolen spoelen. Het water is namelijk een stuk helderder dan in de zomer. Dit doorzicht maakt het spotten van karper makkelijker, maar geeft de karper ook meer mogelijkheden om je vislijn en verdere montage te zien. Door deze meer te camoufleren is de kans op het opnemen van voedsel veel groter. 

Meer over dit artikel : bezoek de site